Hieronder een overzicht van de belangrijkste fiscale uitspraken in de het vierde kwartaal van 2025.
1. VPB — Voorvoegingsverlies binnen fiscale eenheid (HR 19 december 2025)
Op 19 december 2025 wees de Hoge Raad een arrest over de verrekenbaarheid van voorvoegingsverliezen binnen een fiscale eenheid, waarbij de vraag centraal stond of grammaticale uitleg van VPB-bepalingen doorslaggevend is. In de kern ging het om de vraag of een voorvoegingsverlies van een verdwijnende dochtermaatschappij kon worden verrekend met de belastbare winst van de fiscale eenheid na een juridische fusie, en in hoeverre artikel 15ah lid 2 Wet VPB daarbij verplicht tot lineaire afschrijving op overgenomen goodwill. Het arrest is van belang voor vennootschapsgroepen die na een fusie of reorganisatie verliezen willen benutten.
2. VPB — Fraus legis en renteaftrek bij private equity-overnames (HR 5 september 2025 / bevestigd Q4)
Op 5 september 2025 wees de Hoge Raad een belangrijk arrest over renteaftrek in overnamesituaties. De Hoge Raad oordeelde dat, ondanks een geslaagd beroep op de tegenbewijsmogelijkheid van artikel 10a Wet VPB, de rente alsnog volledig van aftrek kan worden uitgesloten als sprake is van fraus legis. De Hoge Raad bevestigde dat ook als belastingplichtigen niet hebben gehandeld in strijd met doel en strekking van artikel 10a Wet VPB, sprake kan zijn van strijd met doel en strekking van de Wet VPB als geheel. Dit arrest werd in Q4 veelvuldig besproken en is richtinggevend voor private equity-structuren.
3. VPB — Fraus legis bij overnamestructuur: deel rente toch aftrekbaar (HR 19 december 2025)
Op 19 december 2025 wees de Hoge Raad ook een arrest over een overname van een Nederlandse onderneming door een private equity-groep, waarbij geoordeeld werd dat ondanks een beroep op fraus legis een deel van de rente toch aftrekbaar kan zijn. Dit nuanceert de eerdere lijn en geeft aan dat niet elke overnamestructuur met gelieerde financiering automatisch sneuvelt op fraus legis — de feiten en de aanwezigheid van een financiële spilfunctie blijven cruciaal.
4. BTW — Aftrek voorbelasting ondanks onduidelijke werkzaamheden (HR 19 december 2025
Op 19 december 2025 oordeelde de Hoge Raad in een BTW-zaak dat aftrek van omzetbelasting mogelijk blijft ondanks dat de aard van de verrichte werkzaamheden niet volledig duidelijk was. Dit arrest is relevant voor ondernemers en fiscalisten die te maken hebben met geschillen over de (on)rechtmatigheid van BTW-aftrek bij niet-transparante of slecht gedocumenteerde diensten.
5. BTW — Geen vergrijpboete bij eigenhandige saldering met gemiste BTW-aftrek (HR 19 december 2025
De Hoge Raad oordeelde op 19 december 2025 dat geen vergrijpboete kan worden opgelegd wanneer een belastingplichtige eigenhandig heeft gesaldeerd met een gemiste BTW-aftrek. Dit arrest verduidelijkt de grenzen van de boeteoplegging in de omzetbelasting en beschermt belastingplichtigen die te goeder trouw handelden maar procedureel onjuist te werk gingen.
6. Box 3 — Wet tegenbewijsregeling treedt in werking; definitieve aanslagen Q4 2025
Op basis van de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 en latere data nam de Eerste Kamer op 8 juli 2025 de Wet tegenbewijsregeling box 3 aan, die belastingplichtigen de mogelijkheid geeft om hun werkelijke rendement aan te tonen. De vaststelling van definitieve aanslagen over de jaren 2021–2024 was gepland voor het vierde kwartaal 2025, terwijl de vaststelling van de verminderingsbeschikkingen voor de jaren 2017–2024 voor het tweede kwartaal 2026 was voorzien. Dit maakte Q4 2025 een scharnierpunt in de box 3-hersteloperatie voor honderdduizenden belastingplichtigen.
7. Formeel belastingrecht — Proceskosten en WOZ: matigingsmogelijkheden (HR 19 december 2025)
Op 19 december 2025 publiceerde de Hoge Raad een arrest waarbij A-G Koopman de matigingsmogelijkheden van proceskostenvergoedingen bespreekt op grond van een redelijkheidstoets en ‘bijzondere omstandigheden’, in het kader van lokale belastingen en WOZ-zaken. Dit is relevant gezien de grote aantallen WOZ-bezwaren en de discussie over de rol van no-cure-no-pay-bureaus, waarvoor de wetgever al eerder had ingegrepen maar de rechtspraak verdere contouren moest geven.
Overkoepelend beeld Q4 2025: De dominante thema’s waren de uitrol van de box 3-tegenbewijsregeling, verdere verfijning van de fraus legis-doctrine bij overnamefinanciering, en voortdurende discussie over BTW-aftrekrecht en proceskostenveroordeling.
Let op:
Voor specifieke ECLI-nummers en diepgaandere analyse van de Q4-arresten wordt geadviseerd de volledige teksten te raadplegen via rechtspraak.nl. Sommige arresten zijn pas na publicatiedatum volledig geannoteerd.