Geduld is een schone zaak. Als fiscale jurisprudentie gepubliceerd wordt is het altijd de vraag wat betekend dat voor de praktijk. Soms is dat direct duidelijk, maar soms helpt de tijd om in te zien wat nu echt de impact van een uitspraak is. Elk kwartaal zoeken zij naar de top 5 van meest belangrijke ontwikkelingen. Hierbij het overzicht over het eerste kwartaal van 2026.
Belastingrente vennootschapsbelasting onverbindend verklaard
Op 16 januari 2026 oordeelde de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:59, zaaknr. 24/04619) dat de hogere belastingrente voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. Het cassatieberoep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard, waardoor artikel 1, letter b, van het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend is verklaard. Rechtsherstel houdt in dat de in rekening gebrachte belastingrente wordt verminderd tot het tarief dat geldt voor andere belastingmiddelen, zoals de inkomstenbelasting. Dit heeft grote gevolgen voor lopende bezwaarprocedures en massaalbezwaar-trajecten. Civra + 2
Splitsingsfaciliteit Vpb: bewijsvermoeden onderuit
Op 27 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:298) besliste de Hoge Raad dat het algemeen bewijsvermoeden van de antimisbruikbepaling voor de geruisloze juridische splitsing niet verenigbaar is met de EU-fusierichtlijn. Kern: dat binnen drie jaar na de splitsing een vervreemding van aandelen plaatsvindt, betekent niet automatisch dat zakelijke overwegingen ontbreken — de inspecteur moet eerst zelf een begin van bewijs leveren voordat de bewijslast bij de belastingplichtige komt te liggen. Het oordeel geldt ook voor het identieke vermoeden in de bedrijfsfusiefaciliteit, en de wetgever is inmiddels van plan de betreffende wetsbepalingen te schrappen. PwC + 3
Grensoverschrijdend pensioen: verdrag Nederland-België
Op 13 maart 2026 (ECLI:NL:HR:2026:395) verduidelijkte de Hoge Raad de toepassing van de €25.000-drempel in het belastingverdrag met België voor pensioen- en lijfrente-uitkeringen: bij een brutobedrag boven €25.000 is Nederlands heffingsrecht beperkt tot het deel van de uitkering dat voldoet aan de nadere voorwaarden — dus niet alleen fiscale faciliëring, maar ook of het inkomen in het woonland tegen het reguliere tarief wordt belast. Rechtspraak
Btw: pauzedrankje bij theatervoorstelling
Op 16 maart 2026 oordeelde de Hoge Raad dat een pauzedrankje tijdens een theatervoorstelling voor de btw een afzonderlijke prestatie is, los van het verlaagde tarief voor de toegang tot de voorstelling — relevant voor de podiumkunstensector. Civra
Box 3 blijft in beweging
Geen nieuw baanbrekend arrest dit kwartaal, maar wel belangrijke flankerende ontwikkelingen: op 30 januari 2026 sloten D66, VVD en CDA een coalitieakkoord met fiscale afspraken, en op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan, dat naar verwachting per 2028 een jaarlijkse heffing op werkelijk rendement invoert. Lagere rechtspraak blijft intussen invulling geven aan de “werkelijk rendement”-toets uit de HR-arresten van juni 2024. Deloitte
Kort samengevat de rode draad: dit kwartaal ging het vooral om proportionaliteit en bewijslastverdeling — de Hoge Raad corrigeert stevig ten gunste van belastingplichtigen bij rentemaatregelen en anti-misbruikbepalingen, terwijl het box 3-dossier wetgevingstechnisch verder vorm krijgt.