Welkom terug in de wereld van box 3. Er was eens een belastingstelsel dat niet deugde. Dat wist iedereen — de burger, de rechter, en uiteindelijk ook de politiek. En dus werd er iets nieuws bedacht. En uitgesteld. En weer uitgesteld. En aangepast. En eigenlijk toch weer aangepast.
Even de geschiedenis voor wie het even kwijt is. Box 3 — de belasting op vermogen zoals spaargeld en beleggingen — werkte jarenlang met een fictief rendement. De Belastingdienst deed alsof u een bepaald rendement maakte op uw vermogen, ongeacht wat u daadwerkelijk verdiende. Handig voor de schatkist, minder handig voor de spaarder die in tijden van lage rente niets verdiende maar wél belasting betaalde.
De Hoge Raad stak daar in 2021 een stokje voor. En vervolgens in 2024 nog een keer, voor de goede orde. Het systeem deugde niet, en de Belastingdienst mocht voortaan alleen het werkelijke rendement belasten. Circa 2,6 miljoen Nederlanders hebben mogelijk teveel betaald en kunnen dat terugvragen. Of ze dat geld ook terugkrijgen, is een ander verhaal.
Het plan dat er wél kwam, en meteen ter discussie staat
Na jaren van juridische procedures en politieke vergaderingen werd op 23 mei 2025 eindelijk een wetsvoorstel ingediend: de Wet werkelijk rendement box 3. Belasting voortaan op wat u echt verdient. Invoering gepland per 1 januari 2028 — want 2026 was niet haalbaar, en 2027 ook niet. Op 12 februari 2026 stemde de Tweede Kamer in. Niet van harte, dat moet gezegd. De Kamer gaf het kabinet meteen de opdracht mee om zo snel mogelijk — maar uiterlijk bij het Belastingplan 2029 — alsnog met een beter stelsel te komen. U leest het goed: de wet was nog niet eens door de Eerste Kamer of er werd al gevraagd om de opvolger ervan.
De minister die zijn eigen wet niet meer wil
Eind februari 2026, amper twee weken na de stemming in de Tweede Kamer, liet minister Heinen van Financiën weten dat hij het aangenomen wetsvoorstel… wil aanpassen. “Er is veel kritiek op de Wet werkelijk rendement. Daar zijn we niet doof voor,” aldus een woordvoerder. Wat er dan precies aangepast moet worden? Dat is nog niet duidelijk.
De kritiek komt vooral van beleggers in aandelen en crypto, die bezwaar maken tegen de zogenoemde vermogensaanwasbelasting: belasting over waardestijgingen van bezittingen die u nog helemaal niet heeft verkocht. U heeft de winst dus nog niet in handen, maar de fiscus staat al klaar. In andere landen, zo werd er fijntjes op gewezen, betaalt u pas belasting als u daadwerkelijk verkoopt.
Status quo of Status permanente
Tot er een nieuw stelsel is, blijft het huidige forfaitaire systeem van kracht — inclusief de tegenbewijsregeling waarmee u uw werkelijke rendement kunt opgeven als dat lager uitvalt dan het fictieve. Voor 2026 geldt een belastingtarief van 36% en een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Wat betreft de eerder aangekondigde lastenverzwaring voor 2026 — waarbij het fictieve rendement op beleggingen zou stijgen naar 7,78% — die is eind november 2025 via een Kamerstemming weer van tafel geveegd. Een kleine overwinning in een lange reeks van aankondigingen, bijstellingen en terugdraaibewegingen.
Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Die willen het zorgvuldig wil behandelen: met andere woorden, dat gaat even duren. Het kabinet werkt ondertussen aan aanpassingen, mogelijk via een zogenoemde novelle. Dat is een mooi woord voor een wet die er even tussen gefrommeld wordt. Op Prinsjesdag 2026 wordt meer duidelijkheid verwacht — al heeft dat woord in de box 3-discussie een wat rekbaar karakter gekregen.
Tot die tijd geldt: bewaar uw bonnetjes, houd uw werkelijke rendement bij, en volg het nieuws. Box 3 is nog lang niet klaar met u.