Informeren, adviseren en procederen in het belastingrecht

Belastingplan 2026

Het Belastingplan 2026 is het pakket fiscale maatregelen dat het kabinet wil invoeren per 1 januari 2026 (of zo snel mogelijk daarna), om onder meer de koopkracht te beschermen, het werken te stimuleren, en het fiscaal stelsel wat te vereenvoudigen.

Het bestaat uit het basis wetsvoorstel Belastingplan 2026 plus zeven andere begeleidende wetsvoorstellen, zoals “Overige fiscale maatregelen 2026”, btw-wetgeving, regels rond milieuheffingen, etc.


De grote lijnen: wat verandert er?

  1. Arbeid & inkomen
    Het kabinet wil dat werken “meer loont”. Dat doen ze onder andere door de arbeidskorting te verhogen. Maar — want ja, er zit altijd een maar — om die verhoging te betalen wordt het tarief in de eerste schijf (en tweede schijf) van de loon- en inkomstenbelasting verhoogd. Dat betekent: mensen met lagere inkomens (die lijnen in die schijven) betalen iets meer belasting per extra verdiend euro.
  2. Vereenvoudiging
    Er wordt wat gepoogd aan vereenvoudiging van belastingen, toeslagen en sociale zekerheid. Dat klinkt mooi, maar in de toelichting blijkt: veel maatregelen zijn klein, en onderdelen blijven complex. Soms is het de vraag of vereenvoudiging vooral in bureaucratisch jargon zit in plaats van in het echte leven.
  3. Behoud van het verlaagde btw-tarief op cultuur, media en sport
    De btw-verhoging op cultuur/media/sport wordt niet doorgevoerd — gelukkig voor wie vaak naar concerten gaat of een abonnement heeft op magazines etc. Maar: om die ‘gunstige’ beslissing te betalen, worden andere fiscale voordelen iets afgeschaald. Bijvoorbeeld de inflatiecorrectie op belastingtabellen en heffingskortingen wordt niet volledig doorgevoerd.
  4. Indexatie/inflatiecorrectie & koopkracht
    De grenzen van de belastingschijven en kortingen worden niet volledig mee “geschaald” met de inflatie. Dat scheelt — en die scheve verhouding zorgt ervoor dat je sneller in een hogere schijf komt te zitten (“iemand vergeet even je salaris te verhogen naar inflatie plus, dus u betaalt meer belasting”).
  5. Accijns op brandstof
    De korting op accijns (brandstof) wordt verlengd tot 2027. Dus: de pompprijzen blijven iets minder erg, al is het maar uitstel.
  6. Box 3 & vermogen
    Belastingvrij vermogen (box 3) gaat omlaag (naar €51.396). Het “fictieve rendement” (de belasting die je moet betalen over het zogenaamd verdiende rendement op spaargeld etc.) wordt verhoogd. Er blijft wel een mogelijkheid om aan te tonen dat je werkelijke rendement lager is.
  7. Erfbelasting / vermogensoverdracht
    Er komt aanpassing bij huwelijksgoederengemeenschappen met ongelijke breukdelen: bij ontbinding (scheiding of overlijden) kan (een deel van) wat boven de helft ligt erf- of schenkbelasting opleveren. Ook wordt de termijn om erfbelasting aan te geven verlengd — iets meer ademruimte voor nabestaanden.

Wat kun je ervan vinden?

  • Het is een goede zaak dat de btw-verhoging op cultuur/media/sport van tafel is gehaald: het was een maatregel die op erg veel verzet stuitte, en het gevoel dat cultuur steeds duurder wordt is reëel. Maar, zoals bij zoveel van deze plannen: je betaalt het alsnog maar anders. De “dekking” (hoe men de kosten gaat opvangen) komt via andere maatregelen die minder zichtbaar zijn, zoals indexaties die niet volledig worden meegevoerd. Dat is een beetje alsof je zegt “we verhogen de prijs van de bioscoop niet” maar wel “we geven minder loonverhoging” — de huishoudportemonnee voelt het alsnog.
  • De verhoging van de arbeidskorting is mooi geformuleerd (“werken moet lonen”), maar het is even zoeken wat het netto effect is als je kijkt naar wat je erbij krijgt versus wat je extra moet afdragen door hogere belastingtarieven in de lagere schijven. Soms wordt “meer werken loont” vertaald in “je krijgt wat minder korting terug”.
  • De beperking van de inflatiecorrectie is een klassieke manier om toch wat extra inkomsten te genereren zonder dat het publiek het meteen “belastingverhoging” noemt. Want: ja, hoor, officieel verhogen we de tarieven niet (voor veel schijven), maar je schuift wel sneller naar een hogere tariefgroep of je verliest stukje koopkracht — subtieler dan een sticker “u betaalt 5% meer belasting”.
  • De maatregelen rondom box 3 kunnen flinke impact hebben voor mensen met spaargeld of vermogen. Zeker als je alleen “fictief rendement” betaalt en dat fictieve rendement flink omhoog gaat, voel je je snel benadeeld als je rendement in werkelijkheid lager is. De mogelijkheid tot tegenbewijs is goed, maar vereist wel administratie, bewijsvoering, etc. Niet iedereen zit daar op te wachten.
  • Over het algemeen lijkt het beleid erop gericht te voorkomen dat de ergste schokken plaatsvinden (zoals btw-verhogingen op geliefde diensten), terwijl toch extra geld binnen moet komen. Dus je ziet een combinatie van lichte lastenverzwaringen voor brede groepen + het behouden van voordelen voor diverse sectoren (cultuur etc.). De kunst is: zorgen dat de pijn voelt als “saai” (inflatiecorrectie niet volledig, schijfgroottes, etc.), in plaats van als directe belastingverhoging.

Conclusie

Het Belastingplan 2026 is dus een zorgvuldig gebalanceerd plan: geen al te wilde schokken, geen heftige BTW-verhogingen op gevoelige punten (cultuur, etc.), maar wel maatregelen die stap voor stap de belastingdruk verhogen — vooral door mechanieken (zoals inflatiecorrectie) die minder zichtbaar zijn dan tariefsverhogingen.

Dus: ja, het is beter dan sommige scenario’s, en je kunt zeggen dat het kabinet z’n best doet om “koopkracht te beschermen”. Maar verwacht vooral dat veel mensen zullen merken “had ik het nou maar wat meer”, zonder dat er precies één moment is waarop je kunt zeggen “hier ging het mis”.

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.